Geen huwelijkse voorwaarden meer nodig na 1 januari 2018?

12 okt 2017 Door: Brigitte van der Klauw

Trouwen vóór 1 januari 2018
Als je nu trouwt zónder huwelijkse voorwaarden te laten maken bij de notaris, trouw je in gemeenschap van goederen. Dit betekent dat alle bezittingen en schulden gemeenschappelijk worden door het huwelijk; wat van jou is, is van mij. Een uitzondering geldt voor een erfenis of schenking die één van de echtgenoten ontvangt met een "uitsluitingsclausule". Met deze clausule bepaalt de erflater of de schenker dat de erfenis of schenking niet in de huwelijksgemeenschap zal vallen.

Trouwen ná 1 januari 2018
Met ingang van 1 januari 2018 wijzigt het huwelijksvermogensrecht door intreding van de Wet beperking wettelijke gemeenschap van goederen. Als je geen huwelijkse voorwaarden laat opstellen, trouw je nog steeds in gemeenschap van goederen, maar dan is die gemeenschap wel beperkt.

Bezittingen en schulden
Door de nieuwe wet worden de bezittingen en schulden, die je vóór het huwelijk al in privé had, niet langer gemeenschappelijk door het huwelijk, wat tot 1 januari 2018 nog wel het geval is. Alleen de bezittingen en schulden die vóór het huwelijk al gemeenschappelijk waren, of die worden verkregen en ontstaan tijdens het huwelijk, zijn gemeenschappelijk. De bezittingen van een van de echtgenoten in privé, blijven dus ook na het huwelijk privé-eigendom van diegene. Wanneer het eigendom dan ter discussie komt te staan (om welke reden dan ook), is het aan de bezittende echtgenoot om aan te tonen dat het goed alleen van hem/haar is. Ook de schulden (zoals studieschuld), die vóór het huwelijk zijn ontstaan bij een van de echtgenoten, blijven na het huwelijk privé.

De “financiële samenvlechting” van de echtgenoten beperkt zich door de nieuwe wet dus voortaan tot de toekomst, namelijk na het trouwen.

Daarnaast beperkt de wet de verhaalsmogelijkheid van een schuldeiser met betrekking tot privéschulden. De schuldeiser kan de schuld verhalen tot de helft van de opbrengst van een uitgewonnen gemeenschappelijk goed, terwijl voorheen op de gehele gemeenschap kon worden verhaald door een schuldeiser. De andere helft komt aan de "niet-schuldige" echtgenoot toe en valt buiten de gemeenschap. Wanneer een schuldeiser zich verhaald op een goed van de gemeenschap ter voldoening van een privéschuld, heeft de niet-schuldige echtgenoot het recht tot overname van het goed tegen betaling van de helft van de waarde aan de gemeenschap. Daarna blijft het goed buiten de gemeenschap.

Erfenissen/schenkingen
Erfenissen en schenkingen vallen door de nieuwe wet vanaf 2018 ook niet meer automatisch in de gemeenschap van goederen en blijven privé van de ontvangende echtgenoot, tenzij de erflater of schenker een zogenaamde “insluitingsclausule” heeft bepaald voor de echtgenoot van de ontvanger. De insluitingsclausule is daarmee het tegenovergestelde van een uitsluitingsclausule, die vaak wordt gebruikt om de andere echtgenoot uit te sluiten van ontvangst van de erfenis of de schenking.

Waarde van de onderneming
Als een van de echtgenoten eigenaar is van een onderneming, valt die onderneming na het trouwen niet in de gemeenschap van goederen. Het kan toch zijn dat bij een echtscheiding of na overlijden met de andere echtgenoot afgerekend moet worden. Er is namelijk een nieuwe bepaling waaruit een vergoedingsplicht volgt voor de echtgenoot die eigenaar is van de onderneming aan de gemeenschap. In dat geval komt een redelijke vergoeding ten bate van de gemeenschap voor de kennis, vaardigheden en arbeid die een echtgenoot ten behoeve van die onderneming heeft aangewend, voor zover een dergelijke vergoeding niet al tijdens het huwelijk is voldaan of is overeengekomen.

Deze bepaling zal vermoedelijk veel discussie opleveren op het moment dat een huwelijk onverhoopt eindigt. Wat is immers een "redelijke vergoeding"? Volgens de parlementaire geschiedenis is de omvang van dat vergoedingsrecht variabel en hangt het af van de omstandigheden van het geval. Omdat dat nogal vaag staat omschreven, is het verstandig dat de ondernemer de waarde en de waarderingsgrondslag van de onderneming vóór het huwelijk laat vaststellen. In dat geval kan bij een onverhoopt einde van het huwelijk in ieder geval de waardevermeerdering van de onderneming worden vastgesteld. Dat kan dan als uitgangspunt dienen om de uiteindelijke vergoeding aan de gemeenschap vast te stellen.

Gaat u trouwen in 2018? Let op!
De nieuwe wet lijkt een vooruitgang, aangezien het meer rechtdoet aan de tijdsgeest. Echtgenoten zijn tegenwoordig vaak financieel minder afhankelijk van elkaar. Daarnaast komt het voor dat echtgenoten na de beëindiging van een eerder huwelijk een nieuw huwelijk aangaan en zij het van belang vinden dat het voorhuwelijkse vermogen en de voorhuwelijkse schulden buiten de nieuwe huwelijksgemeenschap blijven.

Een keerzijde van de nieuwe wet is dat veel discussie tussen echtgenoten kan ontstaan, bijvoorbeeld over de vraag of goederen en schulden privé of gemeenschappelijk zijn, en welke vergoedingsrechten zijn ontstaan tijdens het huwelijk. Het is daarom aan te raden om gedurende het huwelijk goed te administreren van wie welke goederen en schulden zijn, met elkaar te bespreken of bepaalde betalingen op een bankrekening privé of gemeenschappelijk zijn en goed in kaart te brengen met welke gelden goederen worden aangeschaft. Als een van de echtgenoten een onderneming in eigendom heeft, adviseer ik om huwelijkse voorwaarden te laten opstellen vóór het huwelijk, om onaangename verrassingen bij een eventueel einde van het huwelijk te voorkomen.

Wilt u meer informatie over dit onderwerp? Wij adviseren ook over de mogelijkheden en de gevolgen van huwelijkse voorwaarden.