Gebruikersvergoedingen voor ex-samenwoners; wie betaalt wat?

Advacaten_Wybenga_Alexandra-Barendsen.jpg

Wat was het geval?

Partijen hebben ruim 20 jaar een affectieve relatie gehad.[1] Ze zijn nooit met elkaar gehuwd, hebben geen geregistreerd partnerschap gesloten en ook aan samenlevingsovereenkomst hebben zij zich niet gewaagd. Wel hebben zij gezamenlijk een huis aangeschaft.

Toen de relatie in 2008 werd verbroken is de man tijdelijk elders gaan wonen. De vrouw bleef met de kinderen in de gemeenschappelijke woning. Nadat zij enkele maanden later een andere woning had gekocht is zij met de kinderen naar die nieuwe woning verhuisd. De man kwam per 1 januari 2009 weer terug in de gemeenschappelijke woning. In de zes jaar na de verbreking van de relatie (2008-2014) hebben partijen meermaals gecorrespondeerd over de woonlasten. Die betaalde de man sinds zijn terugkeer alleen. De man had per e-mail in december 2008 aangegeven dat niet erg te vinden, als hij bij de verkoop van de woning het door hem te veel betaalde kon verrekenen. In november 2017 vond een zitting plaats, waarbij partijen hebben besloten de woning te verkopen aan een derde, en waarbij is afgesproken dat de overwaarde bij helfte zou worden verdeeld.

De man wilde dat de vrouw met terugwerkende kracht de helft van de door hem betaalde woon- en onderhoudslasten zou betalen en wilde dit verrekenen met haar helft van de overwaarde van de woning. De rechtbank had dit verzoek van de man afgewezen.

Wat zegt het hof over de woonlasten?

Partijen hebben op grond van de wet ieder recht op een gelijk aandeel in de woning. Dat betekent dat zij naar evenredigheid van hun aandeel (dus: ieder de helft) moeten bijdragen aan de uitgaven ten behoeve van de woning. De vrouw heeft uit de e-mail, die de man haar in december 2008 heeft gestuurd, niet mogen afleiden dat hij afstand wilde doen van zijn recht om de helft van de woonlasten op haar te verhalen.  Uit andere e-mailberichten van de man bleek duidelijk dat hij dit niet wilde. Dat de man daarover nooit eerder had geprocedeerd is volgens het hof niet relevant. Anders dan de vrouw had betoogd, zou deze uitkomst voor haar niet leiden tot een naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbare situatie. Met andere woorden: de vrouw dient de man met terugwerkende kracht de helft van de woonlasten te voldoen, berekend op € 67.306,75.

Kleine ‘complicatie’: de kinderalimentatie

Zoals vaker het geval is, spelen er bij de verbreking van een relatie meer kwesties tegelijk, die ook invloed hebben op elkaar. In dit geval speelde ook kinderalimentatie een rol. In de berekening van de kinderalimentatie, die de man aan de vrouw moest betalen, was rekening gehouden met het feit dat de man alle woonlasten betaalde. Dat maakt dat hij minder draagkracht heeft en dus minder kinderalimentatie hoeft te betalen. De vrouw voert dit volgens het hof terecht aan, maar wijst haar op de wijzigingsprocedure voor kinderalimentatie. Op grond daarvan kan zij een wijziging van het kinderalimentatiebedrag verzoeken. De vrouw zal dus een aparte procedure moeten starten om de kinderalimentatie te veranderen.

Niet wonen, wel betalen?

De vrouw dient de helft van de woonlasten betalen, terwijl ze niet in de woning woonde. Staat daar nog wat tegenover? Ja, zegt het hof. De wet bepaalt dat de deelgenoot die niet het genot heeft van een gemeenschappelijk goed – maar daar wel recht op heeft – schadeloos gesteld moet worden, bijvoorbeeld doordat de deelgenoot die wel het genot had van dat goed een gebruikersvergoeding moet betalen. De wetgever heeft voor samenwoners geen regels geformuleerd op grond waarvan de hoogte van deze gebruikersvergoeding moet worden berekend. Partijen zijn het niet eens over de hoogte van de gebruikersvergoeding. Het hof acht het in de gegeven omstandigheden redelijk om de hoogte van de te betalen gebruikersvergoeding gelijk te laten zijn aan de helft van de woonlasten waarvoor de vrouw draagplichtig was, en veroordeelt de man daartoe.

Slotsom

Als ex-samenwoners geen afspraken hebben gemaakt over de betaling van de woonlasten en eventueel een gebruikersvergoeding, dan ligt het voor de hand dat deze bij helfte worden gedeeld, tenzij dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.