Artsen wees gewaarschuwd!

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Amsterdam heeft medio vorig jaar een uitspraak gedaan die van groot belang is voor de praktijk.[1]

Tijdens een voetoperatie door twee orthopedagogische chirurgen wordt een zaag gebruikt om overtollig botweefsel te verwijderen. Gedurende de operatie wordt de zaag tijdelijk op het linker bovenbeen van de patiënt gelegd, om de zaag daarna weer te kunnen gebruiken. Vanwege een technisch mankement is de zaag oververhit geraakt als gevolg waarvan er een derdegraads brandwond op het been van de patiënt is ontstaan. Na de operatie hebben de twee chirurgen de patiënt en haar partner direct op de hoogte gebracht van het incident. De patiënt is naderhand door een plastisch chirurg behandeld en nog tweemaal geopereerd. De gebruiksaanwijzing van de zaag bevat het voorschrift dat de zaag niet op de patiënt mag worden geplaatst om brandwonden bij de patiënt te voorkomen.

De patiënt heeft kort na het incident de twee artsen en de producent van de zaag aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade. De patiënt is daarnaast een tuchtrechtelijke procedure gestart.

'Nieuwe' norm
Als een zorgverlener een fout maakt - of een dergelijke fout door een patiënt wordt gesteld - laat de zorgverlener de civiele schadeafwikkeling van die fout doorgaans over aan zijn aansprakelijkheidsverzekeraar. Dit brengt naar het oordeel van het College echter niet mee dat de zorgverlener daarmee geen enkele verantwoordelijkheid meer zou dragen voor de manier waarop die schadeafwikkeling verloopt.

Het erkennen van aansprakelijkheid staat volgens het College niet gelijk aan het erkennen van een fout; het laatste behoort volgens het College juist wel tot de taak van de zorgverlener. Het kan dan ook van de zorgverlener worden verwacht dat hij de feiten beschrijft en excuses maakt naar de patiënt. In het onderhavige geval had het volgens het College op de weg van de arts gelegen om de fout ten opzichte van de patiënt toe te geven.

Het oordeel van het College staat mogelijk op gespannen voet met de verplichtingen van de zorgverlener in het kader van zijn aansprakelijkheidsverzekering. In de praktijk krijgen zorgverleners regelmatig van hun verzekeraar te horen dat ze een fout niet mogen erkennen, omdat dit kan worden gezien als erkenning van civielrechtelijke aansprakelijkheid. Op grond van de polisvoorwaarden zou erkenning van aansprakelijkheid kunnen leiden tot verval van dekking. Bezien moet worden hoe de uitspraak van het College uitwerkt in de praktijk van de civiele schadeafwikkeling.

Zorg daarom dan ook dat u na een incident niet onvoorbereid een gesprek ingaat met de patiënt. Laat u van tevoren goed voorlichten. Tijdig juridisch advies inwinnen is dan ook verstandig, want het eigen belang van de zorgverlener zit tussen de belangen van de verzekeraar en de patiënt in. Deze belangen gaan niet altijd gelijk op.

Het tuchtcollege heeft in deze zaak een belangrijke 'nieuwe' norm geformuleerd ten aanzien van de nazorg door de behandelend artsen en de afwikkeling van de schade door de betrokken aansprakelijkheidsverzekeraars. De zorgvuldigheid die een zorgverlener op grond van de tuchtnormen jegens de patiënt moet betrachten, omvat eveneens de wijze waarop de zorgverlener na een (gestelde) medische fout met de patiënt om dient te gaan. Als zich in het kader van de zorgverlening een incident voordoet, is communicatie, persoonlijke aandacht, empathie, zorgzaamheid en correcte bejegening van groot belang. Op het moment dat de aansprakelijkheidsverzekeraar de schade op onzorgvuldige wijze afwikkelt, ligt het op de weg van de zorgverlener zijn verzekeraar daarop aan te spreken. Zorgverleners kunnen bij een aansprakelijkstelling niet volstaan met het verwijzen naar de afwikkeling van de procedure door de verzekeraar. Er wordt van u, als zorgverlener, een actieve rol verwacht.

Resultaat
Nu het tuchtcollege met deze uitspraak een vrij ruime uitleg heeft gegeven aan de klacht van de patiënt - en de daarin vervatte norm, dat een zorgverlener niet enkel verantwoordelijk is voor een correcte afwikkeling van de medische gevolgen maar ook voor de financiële gevolgen van zijn fout, onder artsen mogelijk (nog) niet voldoende bekend is - acht het College het nalaten van de zorgverlener om zijn aansprakelijkheidsverzekeraar (tijdig) aan te spreken op de incorrecte wijze waarop de schade van de patiënt werd afgewikkeld, op dit moment en in deze situatie niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. 

De klacht heeft in deze zaak - op dit onderdeel - nu niet tot gegrondverklaring geleid. Door publicatie van deze uitspraak zal de uitkomst van een dergelijke klacht in de toekomst wellicht anders luiden. Zorgverleners zullen in het vervolg op deze 'nieuwe' norm afgerekend gaan worden. Wees daarom gewaarschuwd!

Update: Het Centraal Tuchtcollege heeft op 8 maart 2018 uitspraak gedaan in bovengenoemde zaak.[2] Het College oordeelde dat de wijze waarop de verzekeraar de afhandeling van de aansprakelijkstelling in deze zaak verzorgde, voor de orthopedisch chirurgen geen reden hoefden te zijn om de verzekeraar tot meer actie aan te sporen. Het Centraal Tuchtcollege heeft daarmee de ‘nieuwe norm’ van het Regionaal Tuchtcollege in belangrijke mate genuanceerd.

Voor een tuchtrechtelijke veroordeling is het enkele feit dat de juridische afhandeling van een claim moeizaam verloopt en grote frustraties oproept bij de patiënt, onvoldoende. Weliswaar dient de zorgverlener zijn verzekeraar deugdelijk voor te lichten en onder omstandigheden is hij gehouden de verzekeraar in beweging te brengen of te proberen de communicatie tussen verzekeraar en patiënt te verbeteren. Het ligt daarentegen niet op de weg van de zorgverlener - in het kader van de door hem te verlenen nazorg - zich te begeven in inhoudelijke discussies over civiele aansprakelijkheid, causaliteit en schadebegroting. Op dit vlak heeft de zorgverlener geen verplichtingen, omdat het gaat om strikt juridische aangelegenheden waarvan hij doorgaans geen kennis heeft. Als het gaat om de inhoudelijke beoordeling van de soms tijdrovende discussies tussen de verzekeraar en (de belangenbehartiger(s) van) de cliënt past dus terughoudendheid aan de kant van de zorgverlener.

De actieve rol die door het Regionaal Tuchtcollege van u - als zorgverlener - werd verwacht, is daarmee door het Centraal Tuchtcollege sterk afgezwakt.

[1] ECLI:NL:TGZRAMS:2017:77
[2] ECLI:NL:TGZCTG:2018:68