Het doolhof van de kinderalimentatie (update)

Advocaten_Wybenga_Karina-Rongen.png

De financiële regelingen van de overheid voor mensen met kinderen zijn per 1 januari 2015 drastisch gewijzigd. Eén van die wijzigingen ziet op het kindgebonden budget, een inkomensafhankelijke bijdrage in de kosten van kinderen. Deze wijziging heeft grote gevolgen voor de (hoogte van de) kinderalimentatie.

Wat zijn de geldende regels? Bij de berekening van kinderalimentatie past de rechter de richtlijn van de Expertgroep Alimentatienormen toe. Op grond van deze richtlijn wordt de behoefte van het kind vastgesteld aan de hand van het inkomen van beide ouders tijdens het huwelijk of de relatie. Het kindgebonden budget moet volgens de richtlijn op de behoefte van het kind in mindering worden gebracht.

Wat is er veranderd? Alleenstaande ouders die in aanmerking komen voor een kindgebonden budget hebben sinds begin 2015 recht op een verhoging, ook wel de ‘alleenstaande ouderkop’ genoemd. Hierdoor kan het kindgebonden budget voor één kind (inclusief alleenstaande ouderkop) oplopen tot een bedrag van maximaal € 340,- per maand.

Wat is het gevolg? Door de verhoging van het kindgebonden budget wordt de behoefte van het kind aan kinderalimentatie voor een groot deel - en soms zelfs volledig - gedekt door het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop. De alimentatieplichtige ouder is daardoor minder of zelfs géén alimentatie meer verschuldigd. In feite betaalt dan de overheid (een groot deel van) de kosten van het kind.

Hoe gaat de praktijk hiermee om? Een aantal rechtbanken en het Gerechtshof Den Haag zijn vanwege dit (onbedoelde) effect van de verhoging van het kindgebonden budget afgeweken van de richtlijn van de Expertgroep Alimentatienormen. Zij laten de alleenstaande ouderkop buiten beschouwing. Deze afwijkende uitspraken hebben in de praktijk tot veel onduidelijkheid geleid over de wijze waarop kinderalimentatie moet worden vastgesteld. Het Hof Den Haag heeft daarom aan de Hoge Raad gevraagd duidelijkheid te verschaffen: strekt het kindgebonden budget (inclusief alleenstaande ouderkop) wel of niet in mindering op de behoefte van het kind? Recent heeft de Advocaat-Generaal de Hoge Raad geadviseerd om deze vraag ontkennend te beantwoorden.1 Hoewel de Hoge Raad deze adviezen in veel gevallen opvolgt, laat het verlossende antwoord nog even op zich wachten. De Hoge Raad doet op korte termijn uitspraak.

Mogelijkerwijs verandert dus binnenkort de wijze van vaststelling van kinderalimentatie. Hoewel vooralsnog de huidige regels onverkort moeten worden toepast, is het verstandig om uw huidige kinderalimentatieregeling tegen het licht te houden. Het kan namelijk de moeite lonen om nu al een wijzigingsverzoek in te dienen, met name omdat de datum van indiening van dat verzoek meestal gehanteerd wordt als ingangsdatum voor de (nieuwe) gewijzigde alimentatie.

Update: De Hoge Raad is op 9 oktober jl. met het verlossende antwoord gekomen.2 Het advies van de A-G is door de Hoge Raad gevolgd. Het kindgebonden budget, inclusief alleenstaande ouderkop, wordt niet in mindering gebracht op de behoefte van het kind, maar dient te worden meegenomen bij de draagkracht van de ouder die het kindgebonden budget ontvangt. Deze wijziging heeft grote gevolgen voor de berekening van kinderalimentatie. Het is daarom verstandig uw huidige berekening tegen het licht te laten houden.

1. Conclusie van (waarnemend) Advocaat-Generaal A. Hammerstein d.d. 4 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1711.
2. Hoge Raad 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3011.