Het briefadres en de betekening

Advacaten_Wybenga_Alexandra-Barendsen.jpg

Als je nog geld tegoed hebt van iemand, is het vervelend als je dat niet krijgt. Wanneer het sturen van herinneringen en aanmaningen geen effect heeft, kun je ervoor kiezen een rechtszaak te starten. Je moet dan een dagvaarding laten betekenen door een deurwaarder. In de dagvaarding wordt uitgelegd wat jij als eiser van de rechter vraagt, bijvoorbeeld dat jouw tegenpartij (de gedaagde) verplicht wordt om het geld terug te betalen. Dat staat zo in de wet, omdat een gedaagde moet weten wat er geëist wordt. Misschien klopt de eis helemaal niet en wil de gedaagde zich daartegen verweren. Hoe dat moet, staat ook beschreven in de dagvaarding.

Schuldenaar zonder (bekende) woonplaats
De dagvaarding wordt betekend aan de woon- of verblijfplaats van de schuldenaar. Soms is geen woon- of verblijfplaats bekend. Dat is vervelend, want hoe moet die dagvaarding dan betekend worden? Voor die situatie gelden de speciale regels van ‘openbare betekening’. Men kijkt dan eerst naar het werkelijk verblijf. Als de schuldenaar bijvoorbeeld tijdelijk inwoont bij een vriend of kennis, dan kan de dagvaarding op dat adres worden achtergelaten. De deurwaarder moet dan wel zeker weten dat de persoon voor wie het stuk is bedoeld daadwerkelijk op dat adres verblijft. Het werkelijk verblijf zal immers in de regel een tijdelijk karakter hebben.

Als ook het werkelijke verblijf onbekend is, wordt de dagvaarding betekend aan het Openbaar Ministerie. Daarna moet zo snel mogelijk een oproep in de Staatscourant worden geplaatst. In de praktijk heeft deze manier van betekenen nauwelijks betekenis, omdat natuurlijk niemand dagelijks de Staatscourant leest.

Briefadres
Maar wat als geen woon- of verblijfplaats bekend is, maar wel een zogeheten briefadres? In dat geval mag van de Hoge Raad worden betekend aan het briefadres.

Volgens de Hoge Raad[1] is de kans dat iemand zonder bekende woon- of verblijfplaats kennis neemt van de dagvaarding groter bij betekening aan het briefadres dan bij publicatie in de Staatscourant. Dat lijkt mij een reële gedachte.

Ter onderbouwing van zijn oordeel noemt de Hoge Raad een aantal argumenten. De Hoge Raad verwijst bijvoorbeeld naar een circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken uit 2016 over het begrip briefadres:

“Een briefadres is een adres waar door de overheid verzonden stukken voor een persoon in ontvangst word[en] genomen. Het moet een bestaand adres zijn van een natuurlijk persoon of een instelling, de zogeheten briefadresgever. De briefadresgever moet ervoor zorgen dat post van de overheid (brieven of andere stukken, zoals een belastingformulier, stempas of dagvaarding) de persoon in kwestie bereiken. Op dit adres moet hij of zij namelijk altijd bereikbaar zijn voor de overheid en bovendien fysiek traceerbaar zijn. Daarom kan een briefadres nooit een postbus zijn.”

Het is alleen mogelijk om een briefadres te kiezen als je geen woonadres hebt.[2] Op dat moment ben je daartoe zelfs wettelijk verplicht. Door middel van een briefadres kies je volgens de Hoge Raad (op papier) een woonplaats. Iemand die bij de gemeente aangeeft op dat adres post te willen ontvangen, wordt dus geacht erop bedacht te zijn dat daar belangrijke post naartoe kan worden gestuurd. De verantwoordelijkheid om dat in de gaten te houden, ligt dan ook bij die persoon zelf.

Daarbij is de briefadresgever (de persoon die zegt ‘Ja hoor, je mag mijn adres opgeven als jouw briefadres’) wettelijk verplicht ervoor te zorgen dat ontvangen post wordt doorgegeven aan de briefadresnemer. Doet hij dat niet, dan riskeert hij een boete. Dat is dus een extra wettelijke waarborg om ervoor te zorgen dat post ook echt wordt doorgegeven.

Kortom, omdat niet zomaar een briefadres kan worden gekozen (dit kan alleen als de wet dat bepaalt) en de kans groot is dat betekening op een briefadres effectiever is dan een openbare betekening, moet het briefadres worden aangemerkt als gekozen woonplaats.

Anders gezegd: als er een briefadres is, is er geen sprake van een onbekende woonplaats of onbekend werkelijk verblijf. Immers, het briefadres heeft te gelden als gekozen woonplaats. Voor openbare betekening is dan geen plaats.

Uitzonderingen
Op elke regel bestaan uitzonderingen, zo ook nu. Als de deurwaarder vermoedt dat het briefadres niet (meer) juist is en de stukken dus niet terecht zullen komen bij de persoon voor wie ze bedoeld zijn, mag de dagvaarding niet aan het briefadres worden betekend.

Het kan ook zijn dat de persoon voor wie de dagvaarding bestemd is, speciaal voor die zaak een specifieke woonplaats heeft gekozen die afwijkt van het briefadres. Denk bijvoorbeeld aan het kantoor van zijn advocaat. In dat geval moet worden betekend aan de woonplaats die daarvoor specifiek is gekozen.

Bij welke rechtbank moet je zijn?
Resteert de vraag welke rechter bevoegd is om over de zaak te oordelen. Normaal is dat de rechtbank van de woonplaats van de gedaagde. Gaat het om een briefadres, dan is de rechter bevoegd binnen wiens gebied het briefadres valt.

Tot slot
Het arrest van de Hoge Raad over het briefadres dateert van 14 juni 2019. Om te voorkomen dat juridisch Nederland gaat twijfelen of zijn of haar dagvaarding wel juist is betekend, heeft de Hoge Raad bepaald dat deze regels pas gelden voor dagvaardingen die vanaf 1 augustus 2019 zullen worden betekend.

[1] Hoge Raad, 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:1052.
[2] Enkele uitzondering daargelaten, bijvoorbeeld voor personen die hun woonadres hebben in een instelling zoals een psychiatrische inrichting of een gevangenis, of personen voor wie dat om veiligheidsredenen wenselijk is. Ook zeevarenden kunnen een briefadres hebben.