Werven of ronselen?

Voor het afspreken van een concurrentie- of relatiebeding gelden strenge voorwaarden. Gelden deze vereisten ook voor een zogenoemd "ronselbeding"? Het Hof Den Bosch heeft recentelijk hierover geoordeeld. Voordat ik het antwoord verklap, leg ik eerst uit welke strenge voorwaarden er gelden bij de concurrentie- en relatiebeding.

Onder welke voorwaarden mag je een concurrentiebeding afspreken?

Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd

Op grond van een concurrentiebeding mag een werknemer na het einde van zijn dienstverband voor een bepaalde periode niet bij een andere werkgever of als zelfstandige werken. Uitgangspunt is dat alleen in vaste contracten een geldig concurrentiebeding kan worden opgenomen. Zo'n beding is verder alleen geldig als het (a) schriftelijk is overeengekomen met (b) een meerderjarige werknemer. Voor wat betreft het schriftelijkheidsvereiste heeft de Hoge Raad bepaald dat het concurrentiebeding ook in een ander document dan de individuele arbeidsovereenkomst (zoals een arbeidsvoorwaardenreglement) mag staan als (i) de arbeidsvoorwaarden als bijlage bij de getekende arbeidsovereenkomst zijn gevoegd én in de arbeidsovereenkomst naar de arbeidsvoorwaarden wordt verwezen of (ii) de werknemer zich in de getekende arbeidsovereenkomst akkoord verklaart met het concurrentiebeding.

Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd

Ik meldde net dat in tijdelijke contracten geen concurrentiebeding kan worden afgesproken. Hierop bestaat één uitzondering: als in de arbeidsovereenkomst wordt gemotiveerd waarom zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen van de werkgever een concurrentiebeding noodzakelijk maken, kan in een tijdelijk contract wél een concurrentiebeding worden afgesproken. Het moet hierbij gaan om specifieke werkzaamheden of een specifieke functie waarbij het voordeel van het concurrentiebeding voor de werkgever kan opwegen tegen het nadeel daarvan voor de werknemer. Het zwaarwegende belang moet per geval gemotiveerd worden. Het kan bijvoorbeeld te maken hebben met heel specifieke kennis of bedrijfsinformatie die de werknemer zal opdoen, waarbij de werkgever te veel wordt benadeeld als de werknemer opstapt naar een concurrent. De motivering moet verder voldoende concreet, duidelijk en specifiek zijn.

De motivering van de noodzaak van het concurrentiebeding in een tijdelijk contract kan alleen (a) in het beding zelf, (b) onder het beding of (c) in een afzonderlijk document dat gelijktijdig met het beding wordt opgesteld en ondertekend, worden opgenomen. Zonder motivering is het concurrentiebeding in een tijdelijk contract niet geldig. Als de motivering wel aanwezig is, maar de noodzaak voor een concurrentiebeding in een tijdelijk contract onvoldoende is onderbouwd, kan het beding (deels) worden vernietigd.

Gelden deze voorwaarden ook voor een relatiebeding?

Een relatiebeding verbiedt de werknemer om gedurende een bepaalde periode na het einde van het dienstverband contact te leggen of te onderhouden met klanten, leveranciers of andere relaties van de werkgever. Het relatiebeding staat niet in de wet. In de rechtspraak is echter beslist dat de regels voor het afspreken van een concurrentiebeding ook gelden voor een relatiebeding. Dit betekent dat een relatiebeding in een tijdelijk contract ook uitsluitend kan worden afgesproken wanneer zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen van de werkgever zo'n beding noodzakelijk maken.

Hoe zit het dan bij een ronselbeding?

Volgens een ronselbeding mag een werknemer na het einde van de arbeidsovereenkomst andere werknemers van de ex-werkgever niet benaderen met het doel hen bij die werkgever weg te trekken en vervolgens in dienst te laten treden bij de nieuwe werkgever van de werknemer of bij zijn eigen bedrijf. Het is voor een aan een ronselbeding gebonden werknemer natuurlijk niet verboden om privécontact te onderhouden met ex-collega's. Zodra echter de werknemer een ex-collega ertoe beweegt ontslag te nemen en in dienst te treden bij de nieuwe werkgever of het eigen bedrijf van de werknemer, wordt het ronselbeding geschonden. Het ronselbeding is - net als het relatiebeding - niet in de wet geregeld. Vandaar dat de vraag interessant is: zijn de voorwaarden - zoals die gelden bij het afspreken van een concurrentie- en relatiebeding - ook van toepassing bij het overeenkomen van een ronselbeding?

‘Ja!’, aldus het Hof Den Bosch. De zaak die voorlag betrof een werkneemster die haar tijdelijke arbeidsovereenkomst had opgezegd om bij BDO aan de slag te gaan. Vervolgens werd zij door een ex-collega bij haar voormalige werkgever benaderd voor een vacature bij BDO, waarna zij aangaf dat de ex-collega bij haar terechtkan voor vragen of informatie. Werkgever vindt dat werkneemster het ronselbeding heeft geschonden. Het hof denkt daar anders over. Het hof oordeelt dat, hoewel het concurrentiebeding bij uitstek het grondwettelijk recht van de werknemer op vrijheid van arbeidskeuze beperkt, dit niet wegneemt dat ook andere bedingen deze vrijheid kunnen beperken. Het hof oordeelt dat ook bij dit beding daarvan sprake is. Van belang is dat gekeken wordt welke werkzaamheden door de werknemer werden verricht en welke daarvan door het ronselbeding werden beperkt. In dit geval bestonden de werkzaamheden van werkneemster uit het werven en selecteren van personeel met het doel om deze in dienst van de werkgever te laten treden. Het was dus haar taak om personeel elders weg te trekken. Werkneemster wordt door het ronselbeding beperkt in die werkzaamheden. Zij mag namelijk - om een vacature in te vullen - iedere potentiële kandidaat benaderen, behalve kandidaten die bij haar ex-werkgever werkzaam zijn. In zoverre is dus sprake van een beperking om op 'zekere wijze werkzaam te zijn'. Dit betekent dat ook een ronselbeding moet voldoen aan de strikte voorwaarden van artikel 7:653 BW. Omdat het ronselbeding hier niet is gemotiveerd, terwijl het gaat om een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, is het beding nietig.[1]

Wat betekent dit voor de praktijk?

Als u wilt voorkomen dat uw werknemer na het einde van zijn dienstverband zijn ex-collega's meeneemt naar zijn nieuwe werkgever of naar zijn eigen bedrijf, is het afspreken van een ronselbeding cruciaal. De uitspraak van het hof laat zien dat ook voor het afspreken van een ronselbeding de strenge voorwaarden - die gelden voor het concurrentie- en relatiebeding - van toepassing zijn op het ronselbeding. Dit betekent dat een ronselbeding zorgvuldig moet worden geformuleerd, waarbij concreet en duidelijk moet worden gemotiveerd welke zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen het afspreken van een dergelijk beding noodzakelijk maakt. Let wel: gekeken moet worden naar de specifieke functie van de werknemer en of het ronselbeding de werknemer beperkt om op zekere wijze werkzaam te zijn. Gaat het bijvoorbeeld om een arts of een loodgieter die na het einde van zijn dienstverband zijn ex-collega's wegtrekt, of gaat het om een recruiter die in die hoedanigheid personeel benadert? In het eerste geval houdt het ronselbeding eerder stand dan in het tweede geval.


[1] Een soortgelijk oordeel is gegeven door de Kantonrechter Breda op 17 januari 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:1947, JAR 2018/45.