Hoe werkt dat eigenlijk, een zitting?

Stel u bent betrokken geraakt in een conflict, bijvoorbeeld met een zakenrelatie of uw verhuurder. Dat kan uitlopen op een procedure bij de rechtbank. Als u vervolgens de uitnodiging voor de zitting ontvangt, kan dat best spannend zijn. De kans is groot dat dit voor u geen wekelijkse kost is. Dat kan vragen met zich meebrengen, zoals waar gaat u zitten? Doet de rechter meteen uitspraak? Iedere zitting is anders, maar er is ook een rode draad. Daarom hebben we voor u op een rij gezet wat u voor, tijdens en na een zitting over het algemeen kunt verwachten.*

* De nadruk ligt op zittingen bij de civiele rechter.

Voor de zitting

Dagvaarding of verzoekschrift?

Een procedure bij de civiele rechter begint doorgaans met een dagvaarding of een verzoekschrift. In dit stuk beschrijft de ‘eiser’ (in dagvaardingsprocedures) of ‘verzoeker’ (in verzoekschriftprocedures) wat hij of zij van de ander (de ‘gedaagde’ of ‘verweerder’) wil.

Bij een dagvaardingsprocedure wordt in de dagvaarding de datum genoemd waarop de zogenaamde rolzitting plaatsvindt. Tijdens een rolzitting wordt de zaak nog niet inhoudelijk behandeld, maar krijgt de gedaagde de gelegenheid zijn reactie op de dagvaarding in te dienen of kan een advocaat zich namens de gedaagde ‘stellen’. Er is dus geen echte zitting. Ook kan er op de rolzitting om uitstel worden gevraagd. Dit kan nodig zijn, omdat de gedaagde bijvoorbeeld eerst juridisch advies wil inwinnen. In de regel wordt er bij een eerste verzoek om uitstel een termijn van zes weken verleend (of, bij de kantonrechter, van vier weken) waarbinnen de gedaagde alsnog met een inhoudelijke reactie (‘conclusie van antwoord’) komt op de dagvaarding. Deze reactie kan ook een tegeneis bevatten, een zogenaamde ‘eis in reconventie’.

Ingeval van een verzoekschriftprocedure is er geen rolzitting, maar wordt het verzoek ingeschreven door de griffie van de rechtbank. De griffier zendt het verzoekschrift vervolgens door naar de verweerder(s) en eventueel naar andere personen die een belang hebben bij de beslissing op het verzoek. Hierna is het aan de wederpartij om te reageren. Hiervoor wordt een termijn bepaald waarbinnen de verweerder kan reageren op het verzoek. Dat reageren kan door middel van het indienen van een verweerschrift. In het verweerschrift kunnen ook zogenaamde ‘zelfstandige verzoeken’ worden gedaan.

Hierna bepaalt de rechter of er nog een schriftelijke ronde komt, of dat er een mondelinge behandeling plaatsvindt (dat is de echte zitting!), waar de zaak inhoudelijk met partijen wordt besproken en zij hun standpunten verder kunnen toelichten.

Tijdens de zitting

Mondelinge behandeling

Een mondelinge behandeling is bedoeld om de rechter van aanvullende inlichtingen te voorzien. Tijdens de mondelinge behandeling zal de rechter de aanwezigen vragen stellen. Ook kunnen standpunten verder worden toegelicht en kunnen de betrokken partijen reageren op elkaars stellingen uit de schriftelijke stukken. Dat moet ook, want in principe is de zitting de laatste mogelijkheid om dat te doen. Niet reageren op een stelling van de wederpartij betekent dat de rechter er vanuit mag gaan dat die stelling juist is.

Anders dan bij de familierechter of de sector civiel, is het bij de kantonrechter voor partijen niet verplicht om een advocaat in te schakelen. Zij procederen dan ‘in persoon’. Daarnaast is het bij de kantonrechter mogelijk om iemand te machtigen die geen advocaat is om het woord te voeren tijdens de zitting. Bij overige zaken is het wel verplicht om een advocaat in te schakelen. De advocaten hebben de relevante feiten en omstandigheden al aan de rechtbank gepresenteerd in de schriftelijke stukken, maar de rechter hoort de details liever (ook) van de betrokkenen zelf. De zaak komt voor de rechter pas echt tot leven als hij de hoofdrolspelers voor zich heeft zitten. Een zitting is in principe openbaar. Dit betekent dat er bij de zitting ook publiek aanwezig kan zijn. Uitzonderingen hierop zijn familierechtzaken of strafzaken met een zedenaspect.

Bij binnenkomst

Wanneer de bode de zaak heeft uitgeroepen, mag u de zittingszaal betreden. Als u de zaal binnenkomt, zit de rechter er al. U hoeft dus niet voor de rechter op te staan. Het is niet de bedoeling dat u de rechter een hand geeft. De rechter zal bij binnenkomst aangeven waar partijen mogen plaatsnemen. Doorgaans zit de eisende partij aan de rechtertafel en de gedaagde partij aan de linkertafel. De advocaten zitten meestal aan ‘de binnenkant’ en de cliënten aan ‘de buitenkant’. De rechter begint de zitting met wat huishoudelijke mededelingen en stelt zichzelf voor. Naast de rechter zit de griffier. Die houdt bij wat er tijdens de zitting wordt besproken. De griffier helpt de rechter bij het voorbereiden van de zaak en bij het schrijven van de uitspraak, maar zult u verder niet horen. De rechter inventariseert wie aanwezig zijn en controleert of iedereen over dezelfde stukken beschikt. Vervolgens gaat de zitting inhoudelijk van start.

De inhoudelijke behandeling

De zitting is in de eerste plaats bedoeld om de feiten helder te krijgen, zodat de rechter kan beslissen op de verzoeken van partijen. Ook probeert de rechter te onderzoeken of het (toch nog) lukt om een schikking te treffen. Uw advocaat bereidt meestal spreekaantekeningen voor. Het verschilt per rechter of de advocaat de gelegenheid krijgt om de spreekaantekeningen helemaal door te nemen. Sommige rechters beginnen liever gelijk met het stellen van vragen.

Vragen aan partijen

Het is tijdens de zitting niet zo dat alleen de advocaat aan het woord is. De rechter wil (juist) van de betrokken partijen horen hoe iets gegaan is. Als de rechter zich tot u richt, verwacht hij ook van u een antwoord. Een goede rechter is nieuwsgierig en vraagt door. Als de rechter u een vraag stelt, is het van belang dat u ook een antwoord geeft op de vraag. Weid niet onnodig lang uit. De rechter is over het algemeen geen fan van ‘wollige’ antwoorden. U hoeft niet bang te zijn dat de rechter u allerlei ingewikkelde juridische vragen zal stellen. Daar is uw advocaat voor.

De formele aanspreekvorm voor de rechter is ‘edelachtbare’, maar ook rechters vinden dit vaak wat overdreven. U kunt de rechter aanspreken met ‘u’ en ‘meneer of mevrouw de rechter’, dat is beleefd genoeg. Als u iets niet (meer) weet, zeg dat dan gewoon, en ga geen antwoord bedenken waarvan u denkt dat dat de rechter gunstig zal stemmen.

Toch nog overeenstemming?

De rechter zal -nadat de vragen zijn behandeld en de advocaten hun woord hebben gevoerd- meestal vragen of partijen ‘met elkaar de gang op willen’. Hiermee bedoelt de rechter of zij nog bereid zijn om met elkaar te praten om zonder tussenkomst van de rechter een oplossing voor het geschil te bereiken. De rechter zal de zaak dan ‘schorsen’, zodat partijen met hun advocaat en met elkaar kunnen praten. Zo’n gesprek vindt plaats buiten de zittingszaal. Meestal beschikt de rechtbank over een advocatenkamer of een plek op de gang waar partijen kunnen zitten om de zaak te bespreken.

In het geval van een vonnis is het mogelijk alles of niets. De ene partij wint, de ander verliest. Dat kan zowel in uw voor- als nadeel zijn. Een schikking geeft partijen de vrijheid om nog een oplossing in het midden bereiken die zij zelf in kunnen vullen. Het is daarom belangrijk dat u, voordat de zitting begint, voor uzelf helder heeft wat u belangrijk vindt en wat het uiterste is waartoe u bereid bent te gaan: wat wilt u per se niet en wat wel? Bedenk of en waar u bereid bent water bij de wijn te doen.

Als het niet lukt om een schikking te bereiken, kunnen partijen de rechter ook om een ‘voorlopig oordeel’ vragen. Hierin geeft de rechter aan hoe die voorlopig tegen bepaalde punten aankijkt. Dit kan partijen helpen om sneller overeenstemming te bereiken, omdat het sommige discussiepunten al wat wegneemt. Soms laat de rechter zelf tijdens de zitting ook al doorschemeren hoe de rechter over bepaalde punten denkt. Het kan dan verstandig zijn om nog eens na te denken over de zaak en bepaalde eisen te heroverwegen. Of u ook daadwerkelijk zo’n voorlopig oordeel krijgt, hangt af van de rechter. De ene rechter doet dat graag, de andere niet.

-         Druk om te schikken

Het komt voor dat de rechter bij u stevig aandringt om een schikking te treffen. U moet zich daardoor niet onder druk laten zetten. U heeft recht op een uitspraak van de rechter. U hoeft dus niet in te stemmen met voorstellen van de wederpartij, omdat de rechter graag wilt dat u schikt. U hoeft ook niet aan de rechter uit te leggen waarom het niet gelukt is om op de gang tot een oplossing te komen.

-         Afspraken gemaakt?

Als het wel is gelukt om overeenstemming te bereiken, worden de afspraken vastgelegd in een (vaststellings)overeenkomst. Deze overeenkomst is onderdeel van het proces-verbaal van de zitting. Dit document levert een ‘executoriale titel’ op en heeft dezelfde kracht als een uitspraak van de rechter.

Na de zitting

Wordt er geen schikking bereikt, dan komt er een uitspraak. Het is mogelijk dat de rechter meteen mondeling uitspraak doet, maar dit gebeurt eigenlijk bijna nooit. Vaker vertelt de rechter op welke datum de uitspraak zal worden gedaan. Meestal is dat vier weken na de zitting, maar die termijn kan worden verlengd, en dat gebeurt helaas regelmatig. Bij een dagvaardingsprocedure wordt de uitspraak vastgelegd in een vonnis en bij een verzoekschriftprocedure in een beschikking. Dat is vaak een eindbeslissing. Dat betekent dat de rechter op alle punten een beslissing neemt en de zaak definitief tot een einde is gekomen.

Het komt ook voor dat een tussenvonnis of -beschikking wordt gegeven. De zaak is in dat geval nog niet afgelopen. In zo’n tussenuitspraak kan bijvoorbeeld staan dat de rechter aan partijen een bewijsopdracht geeft of een deskundige aanstelt om een vaak technisch of medisch aspect van de zaak waar de rechter zelf onvoldoende verstand van heeft te onderzoeken. Daarna kan de rechter een eindbeslissing geven of misschien nog een zitting bepalen. Daarvoor heeft u dan alvast ervaring opgedaan.

Contact?

Bent u op zoek naar een advocaat die u kan bijstaan in een civiele kwestie? Neem gerust contact op met een van onze advocaten om de mogelijkheden te bespreken.