Banden van het MSB beginnen toch wel te knellen

Advocaten_Wybenga_Bert-van-Mieghem.png

In 2015 schreef ik een ‘whitepaper’ over de mogelijkheden voor medisch specialisten om uit het MSB te stappen en terug te keren naar de oude maatschap. Al snel na de massale invoering van het medisch-specialistisch bedrijf (MSB) bleek dat die hele operatie zinloos was geweest. Van de fiscus en van de minister had het niet gehoeven. Intussen was er wel voor tientallen miljoenen aan fiscaal advies verspild. Toen het MSB eenmaal draaide, hadden specialisten dus niet onmiddellijk behoefte aan een nieuwe reorganisatie. Van de MSB structuur was in de praktijk bovendien weinig te merken. Op papier zat iedereen weliswaar in één coöperatie, maar in feite draaiden de oude maatschappen gewoon door. Op papier moesten vakantiedagen, nevenwerkzaamheden en de goodwill voortaan afgestemd worden met alle andere leden van het MSB, maar in de praktijk liep dat wel los. Vaak werden de regelingen hiervoor niet eens uitgewerkt. In theorie was het MSB de baas, maar tot voor kort besliste de voormalige maatschap (vakgroep of organisatorische eenheid) nog gewoon zelf over nieuwe toetreders, goodwillregelingen en bijverdiensten op de manier waarop dat altijd gebeurde.  
Dat is aan het veranderen. De besturen van MSB’s laten zich gelden. MSB-besturen zijn invulling gaan geven aan hun papieren macht. Specialisten binnen een specialisme mogen ineens niet werken op de manier waarop zij dat gewend waren. Dat is onwenselijk en onpraktisch. Het is bovendien onnodig. Het is echt niet de diepste wens van de fiscus dat MSB-bestuurders zich bemoeien met de goodwillregeling van vakgroepen waar zij geen verstand van hebben.
De assertievere opstelling van MSB-besturen leidt ertoe dat de banden in het MSB beginnen te knellen. Er is een radicale oplossing mogelijk om van die knellende banden verlost te worden. Stap uit het MSB, breng de oude maatschap tot leven en sluit een contract met het ziekenhuis. Het kan ook minder radicaal: laat het MSB inzien dat het voor iedereen beter is als de vakgroep zelf invulling geeft aan de zaken waar de vakgroepen altijd prima invulling aan gegeven hebben. Dat scheelt heel veel zinloze ergernis, managementtijd en vergaderingen.